maandag 11 augustus 2014

Hoofdstuk 10: de rol van de vrouw



                                          Hoofdstuk 10: de rol van de vrouw


De Indische vrouw kan misschien in westerse termen niet de zelfde ‘zogezegde’ vrijheid bezitten als een vrouw in het westen, maar ze straalt een diepe spiritualiteit uit. Een Hindoe- vrouw is bescheiden en terughoudend in haar gedrag. Ze straalt een ontegensprekelijke onschuld uit. Ze loopt met tred vol van gratie. Ze weet vanaf haar kinderjaren dat ze een Goddelijk iets in zich draagt, dit geeft haar een lichtheid van lopen. Dit alles heeft niets te maken met ras of afkomst, maar komt direct voort uit haar cultuur. De Hindoevrouw beschouwt kuisheid als haar hoogste goed.

Vrouwen worden beschouwd als Devi of de Goddelijke Moeder ( God in zijn aspect van Genade). Ze worden beschouwd als een manifestatie van de Goddelijke Moeder.Van de heilige geschriften van het Hindoeïsme straalt zeer duidelijk het hoge respect voor vrouwen uit. Hieronder volgen enkele voorbeelden:

-Manu Smitri ( het belangrijkste wetboek): “ Where woman are honounerd, 
  there the gods are pleased, but where they are not honoured there no sacred 
  rite is fruitfull.”

-Manu Smitri: “ the woman who always does good, who is efficient is work, 
  sweet in speech, devoted to her duty and service of her husband, is really 
  no human being, but a Goddess.”

-Mahabaratha, Anisasana parva, XLVI : Bishma: “ respect, kind treatment 
  and everything that is agreeable, should all be giving to the maiden whose 
  hand is taken in marriage.”… … “ Woman should always worshipped and 
  treated with affection. … there where woman   are not worshipped there all 
  acts become fruitless.”

Ook in de Heilige Veda’s, de direct geopenbaarde geschriften, worden vrouwen enorm gerespecteerd. Er zijn verschillende verzen die de hoge plaats van de vrouw omschrijven. In de Rig-Veda zijn er verzen die geopenbaard werden aan vrouwelijke Rihsi’s, Rihsikas genoemd.

Ook grote heiligen uit het Hindoeïsme hebben hun respect voor vrouwen uitgesproken.

-Sri Swami Sivanada zei: “woman is a mighty work of God. The wonder of 
  nature, a marvel of marvels.”

-Sri Sri Swami Sivannada zei: “woman is an embodiment of sacrifice, Ahimsa 
  ( geweld-loosheid ) and patience.

Zo is de glorie van de vrouw. Hieruit komt onherroepelijk uit voort dat vrouwen met het opperste respect moet behandeld worden en als absoluut gelijkwaardig moet beschouwd worden. In het Hindoeïsme is er dan ook absolute gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het Hindoeïsme beschouwt het moederschap al een van de hoogste dingen voor een vrouw. 
Door het opvoeden van haar kinderen tot spiritueel ingestelde burgers kan de Hindoevrouw  werkelijk de maatschappij en de wereld vormen en veranderen. Het zijn zij die het spirituele karakter van een maatschappij kunnen bewaren. Meestal doet een vrouw het huishouden en voed ze de kinderen op.


10.1 Sthree Dharma

Het Dharma van de vrouw wordt Sthree Dharma genoemd. Dit zijn aanwijzingen voor de vrouw. Normaal regelt een vrouw het huishouden, is ze dienstbaar ten opzichte van haar man, voed ze de kinderen op, is ze gastvrij naar gasten en armen toe. Het dienstbaar zijn naar haar man dient ze te doen vanuit vreugde en zonder eigenbelang.  Dit is zeer sterk om het  hart te zuiveren. Het doel van een Hindoe is namelijk realisatie van God. Het hart zuiveren is hier een onderdeel van. Dit betekent niet dat de man hier op eender welke manier misbruik van mag maken. De man moet haar het opperste respect geven en met liefde behandelen. De man mag dit ook niet eisen van zijn vrouw. De man moet absolute ook dienstbaar zijn ten opzichte van z'n vrouw. Dit word vaak vergeten. Dit is nochtans absoluut nodig. Dienstbaarheid zonder eigenbelang ten opzichte van een vrouw  is dienstbaar van Devi of  de Goddelijke Moeder.  Man en vrouw moeten elkaar ondersteunen in hun spiritual ontwikkeling. Het huwelijk is elkaar begeleiden naar realisatie van God. Deze dienstbaarheid aan elkaar moet gedaan worden vanuit vreugde. Een Hindoevrouw is ook gastvrij naar gasten. Ze dient de armen, Saddhu’s, Sannyasas en Brahmacharya' s. Ze voedt ( samen met haar man) de kinderen op. Dit is een zeer nobele taak. Dit is de taak om geïncarneerde zielen te begeleiden op het vlak van spiritualiteit. Dit is hetgene wat ouderschap inhoud. Dat is de essentie van opvoeding. De kinderen begeleiden op hun spirituele weg. Kinderen opvoeden wordt binnen het Hindoeïsme als belangrijk beschouwd. Dit betekent niet dat vrouwen vroeger en nu niet uit huis werkte. Dat deden ze wel en nu ook. Vaak werkte ze in de landbouw. Ook nu doen ze nog dit werk. Er werken heden of tegenwoordig ook Hindoevrouwen in de dienstensector, de bouw, landbouw en het onderwijs. Maar de taak voor iedere vrouw is op de 1ste plaats ook realisatie van SatChitAnanda Para Brahman in zich.

In het oude India namen vrouwen zeer hoge plaatsen in, vaak hoger dan mannen. Vrouwen mochten hertrouwen en de Veda’s bestuderen. Vrouwen ondergingen ook de Upanayana – ceremony. Dit is het aanbrengen van het Heilige koord.  Elke vorm van geweld tegen vrouwen werd als verachtelijk beschouwd.

Toch zijn er op dit moment een aantal discriminerende dingen die tegenover vrouwen plaats vinden in India. Zo is één van de beweringen dat de vrouwen de Veda’s, de direct geopenbaarde geschriften niet zouden mogen bestuderen. Ook andere discriminerende gebruiken komen voor. Soms worden vrouwen ook door sommigen als minderwaardig beschouwd. De behandeling van huiswerksters is soms ook sterk discriminerend. Er wordt ook soms geweld gepleegd.

Toch heeft dit niets te maken met het Hindoeïsme op zich. Deze discriminerende dingen hebben geen enkele basis in de geopenbaarde geschriften. Zoals hierboven al met enige voorbeelden werd duidelijk gemaakt beschouwd het Hindoeïsme de vrouw als een manifestatie van de Goddelijke Moeder. Deze discriminerende en respectloze behandeling heeft niets te maken met het Hindoeïsme. Dit wordt niet ondersteund door de heilige geschriften. Er is een groot verschil tussen wat sommige personen doen en verkondigen en de heilige geschriften en de Godsdienst zelf. Deze discriminerende behandeling kan dan ook nooit goed gekeurd worden. Elke vorm van geweld is ontoelaatbaar en is nooit goed te keuren.

Het feit dat vrouwen de Veda’s niet zouden mogen bestuderen kan niet worden gestaafd met bewijs. Ze kunnen geen vers aanhalen in een heilig geschrift dat autoritair is . Er zijn in de geschriften verschillende voorbeelden van vrouwen die zelf onderricht gaven in de mysteries van het leven en God.

In Manu Smitri staat : “ Let the husband and the wife read the and recite the Vedas and other Shastras that soon give increase of wisdom, teach the means of acquiring wealth and promote there welfare. Let them also carefully revise what they have studied in there student life and teach the same. As fare as a man thoroughly understand the Shastras, so far as cane his knowledge advance and so far may his love for them grow.”

Deze vers hierboven laat zeer duidelijk zien dat het bestuderen van de Veda’s niet verboden is voor vrouwen. De vers hier boven stelt ook zeer duidelijk dat vrouwen oorspronkelijk ook de Upanayana- ceremonie ondergingen. Deze ceremonie is een voorwaarde om de Veda’s te bestuderen. Vrouwen ondergingen dus destijds de Upanayana- ceremonie. 

Het Hindoeïsme leert ons dat alles heilig is. Hoe zou het dan kunnen dat iets minder heilig is als het andere? Een ander belangrijk begrip is Ahimsa of geweldloosheid. Dit is in gedachte, woord en daad geweldloos zijn. Eender welke vorm van discriminatie gaat in tegen dit begrip. Ahimsa Paramo Dharma of geweldloosheid is de hoogste deugd.


10.2 Sati ( weduwenverbranding)

Verder nog een woordje over Sati of beter bekend als weduwenverbranding. Nergens staat er in de heilige geschriften dat een vrouw als haar man voor haar sterft zich eigen moet verbranden op de brandstapel samen met haar man. In het Ramayana staat geen bewijs dat zegt dat een vrouw haar eigen moet ombrengen op de brandstapel.

Sommigen verdedigen deze praktijk door een vers aan te halen uit Heilige
Rig Veda. De vers is RV 10. 18. 7; “let this woman, whose husbands are
worthy and living, enter the house with ghee ( applied) as
collirium ( to their eyes), tearless and without any affliction and
well adorned.

In deze vers komt nergens het woord weduwe voor. Er komt ook nergens in voor dat hun man is gestorven. Dus hoe kan dit als rechtvaardiging dienen voor de ontoelaatbare praktijk van Sati?! Sterker de term Sati wordt nergens gebruikt als term voor weduwenverbranding. Het woord betekent ; goede vrouw. Het heeft dus niets te maken met de praktijk van weduwenverbrandingen. Serker zelf andere vertalingen maken geen melding van een brandstapel of zelf een huis met ghee ( gerklaarde boter) erop. De juiste vertaling zou hier zijn Yoni zijn wat betekent plaats van ontvangst of plaats. En dus niet brandstapel of huis met ghee. Deze misvertaling zou zijn kunnen veroorzaakt zijn door personen die een rechtvaardiging zochten voor Sati.

In sukta 18 van de Rig- Veda word een Hindoe weduwe zelf aangeraden om terug naar de wereld van de levende te komen en legt alle goederen van haar man bij haar. En 8 Richa X18.8 verklaart dat een weduwe terug naar huis moet gaan en blijven leven. Volgens Sayana Acharya zijn het de 1ste 6 Richas, hoofdstuk 16 uit de Rig- Veda die gechant worden bij een crematie. En in geen 1 van die 6 Richas wordt er opgeroepen om weduwen te verbranden of sterker zelf er wordt zelf geen melding gemaakt van weduwen in die verzen. De Heilige Rig- Veda verkondigt dus niet enkel dat een weduwe blijft leven met haar devar maar ook dat ze in alle waardigheid en eer mag blijven leven bij haar familie en dus niet moet verbannen worden. In de Athrava- Veda vers 13.3.1 word er advies gegeven aan weduwen over rouwen, hoe haar leven te leven en er word zelf raad gegeven omtrent eventueel hertrouwen. Een vrouw die haar man verloor mag dus hertrouwen.

De Manu Smitri, het belangrijkste wetboek van het Hindoeïsme, wordt Sati niet vermeld. Het schrijft weduwen voor om sober televen. 

Ook de Mahanirvana Tantra van het Hindoeïsme veroordeeld Sati. Het stelt in hoofdstuk 10 verzen 79-80 zeer duidelijk dat de vrouw niet moet worden verbrand met haar man.

Met andere woorden het Hindoeïsme stelt op geen enkele manier dat weduwen zich moeten ombrengen op de brandstapel. Sterker zelf het stelt zeer duidelijk dat ze een waardig leven mogen leven. 

Een zo mensonwaardig iets als weduwenverbranding kan dan ook nooit. Zo iets gaat regelrecht in tegen de waarden van het Hindoeïsme. Zoiets is nooit goed te keuren en moet onmiddellijk gestopt worden. Het is daad van ernstig geweld. Gelukkig komt het bijna niet meer voor. Maar elk voorval is er een te veel.

10.3 Bruidschat

Als er over het Hindoeïsme wordt gesproken wordt er vaak verwezen naar de bruidschat. Het is waar de laatste tientallen jaren en mischien eeuwen moet de familie van de vrouw een bruidschat meebrengen. Onder invloed van dit systeem, of beter gezegd het ontspoorde systeem,  is er veel leed veroorzaakt in India. Het ging zelf zover dat er bijvoorbeeld kinderhuwelijken waren en zijn. Als ze jong getrouwd werden is de bruidschat die de familie van het meisje moet geven lager. Ook de wens om geen meisje te krijgen met alle gevolgen van dien is ondermeer op deze bruidschat terug te brengen. De discriminatie van vrouwen is ook hierop terug te brengen.


De vraag is verkondigt het Hindoeïsme het begrip bruidschat. Het antwoord is empatisch Neen. Het begrip bruidschat heeft niets te maken met het Hindoeïsme. Alle discriminatie en het geweld dat daar uit voortkomt heeft niets te maken met het Hindoeïsme.



In het heilige Mahabharata, Anusasana Parva, XLIV, staat zeer duidelijk:




Het is een bekend gezegde dat de status van man en vrouw gemaakt wordt door de  werkelijke schenking van de dochter door haar vader ( en haar aanvaarding van de man met de nodige rituelen). De status van de vrouw kan nooit gehecht worden aan maagden, kopen en verkopen. Zij die deze status ( van vrouw) met betrekking tot,  te wijten aan de verkoop en gave van een bruidschat zijn zeker onbekent met de Schriften. Niemand mag zijn  dochter schenken aan dergelijke personen. In feite zijn zij geen mensen aan wie men zijn dochter mag trouwen. Een vrouw mag nooit gekocht worden. Evenmin mag een vader zijn dochter verkopen. Enkel personendie van zondige ziel zijn, die bezeten zijn , naast, door begeerlijjkheid( hebzucht)en die vrouwelijke slaven  kopen en verkopen om ze dienende vrouwen te maken.beschouwen de status van de vrouw als gevolg van de gave en acceptatie van een bruidschat.”

Niet enkel het Mahabharata veroordeeld de bruidschat. Maar ook geschriften als Apastamba Smitri, Manu Smitri en Narada Purana  hebben streng de bruidschat veroordeeld. Ook vele heiligen hebben de bruidschat veroordeeld.

Manu, de schrijver van Manu Smitri verklaart: “ No father who knows ( the sacred law) must take even tha smallest gratuity ( dowry) for his daughter; for a man how, through  avarice, takes a gratuit, is a seller of his offspring”.

Sterker zelf  in de Manu Smitri staan 8 vormen van huwelijk vermeld. En bij geen een van de 8 huwelijken staat er dat de familie van de vrouw een bruidschat of geschenk moet geven aan de man of familie van de man.

Dit laat zeer duidelijk zien dat het Hindoeïsme het gegrip bruidschat niet goed keurt. Er moet dus geen bruidschat gegeven worden door de familie van de vrouw ( of man) .


Het heilige Mahabharata is gedicteert door Bhagavan Sri Vyasa. Het was ook hij die de Veda’s, de geopenbaarde geschriften in 4 opdeelde. Hij kende dus de Veda’s. Bhagavan Sri Vyasa was een Avatara van Vishnu (God in zijn aspect van instandhouder van het goede).
Het Mahabharata verwoort wat er in de Veda’s staat enkel op een

eenvoudigere wijze. De Manu Smitri word door velen beschouwd als 

het belangrijste wetboek van het Hindoeïsme. Narada Purana is een
van de 18 hoofd Purana’s. Deze zijn geschreven door Bhagavan Vyasa.
De buidschat heeft dus niets met het Hindoeïsme te maken. Er is een groot verschil tussen wat een religie verkondigt en sommige mensen praktiseren. De bruidschat moet absoluut stopen! Het heeft voor veel leed gezorgt bij mensen. Zoiets en zeker de gevolgen die er uit voortkomen zijn nooit goed te keuren.

Ookal het huwelijk binnen het Hindoeïsme als iets bijzonders wordt beschouwd is scheiding onder bepaalde omstandigheden toegestaan zoals verlies van de partner, overspel, niet nakomen van de belangrijke verrantwoordelijkheden en wanpraktijken, … . Ookal scheiding het laatste middel is mag het binnen het Hindoeïsme . Dit staat ondermeer vermeld in de Narada Smitri en Manu Smitri. Aangezien dat man en vrouw gelijke rechten hebben, dit wordt ook omschreven in een heilige Mantra die tijdens de vivaha (trouwceremonie) worden gechant. Vanuit de Rig-Veda 10;85 kennen we de mantra’s die tijdens de omschrijving van de Vivaha van Surya verwoord worden. De Vivaha Samskara ( trouwceremonie) van Surya omschrijven zich in deze verzen . In deze Mantra’s wordt gechand of beter gezegd verwoord dat man en vrouw gelijke rechten hebben. Aangezien een vrouw en man gelijke rechten hebben mag een vrouw dus ook scheiden.

10.4 Antyesthi ( overlijdensrituelen)

Vaak wordt gesteld dat vrouwen niet zijn toegestaan bij de rituelen als een dierbare is gestorven. Men ziet dan ook nauwelijks vrouwen aan de crematieplaatsen. Men stelt ook dat de zoon de rituelen moet verrichten. Dit heeft tot grote misverstanden geleid. Ook dit is een van de zogezegde redenen waarom velen liever een mannelijk kind heeft dan een vrouwelijk kind. 

De hierboven vernoemde stelling is echter niet juist. Vrouwen mogen wel aanwezig zijn op de rituelen. Sterker zelf een vrouw, de echtgenote, mag zelf de rituelen uitvoeren als ze geen zoon hebben. 

Dit staat ondermeer in de Garuda Purana Sarodhara, 12 vers 70-72 ; “ Daarom dienen de 3 zestienden verricht te worden door de zoon,  zoals voorgeschreven, of als de echtgenote ze verricht voor haar echtgenoot, is er ondoorbroken voorspoed. Zij die de overlijdingsrituelen van haar man verricht, wordt door mij Shraddhanjali genoemd. Zij leeft voor de bestwil van haar man. Haar leven is vol vruchten door het vereren van haar overleden echtgenoot”.

Een andere vers verkondigt, Garuda Purana Sarodhara 11 vers 12 -16; “ Wetend dat deze rituelen ellende voorkomen en onthecht van het verdriet dat voortkomt vanuit ontwetendheid, dient de zoon de rituele te verrichten. Als er geen zoon is dient de vrouw de rituelen te verrichten. Als er geen vrouw is de broer, en anders een leerling van een Brahmana of een geschikt kinsman. Als de overleden geen zoon heeft, dienen de rituelen van de tien dagen verricht te worden door zijn kleinzoons of een zoon of kleinzoon van zijn  jongere of oudere broer”.

Deze bovenvernoemde sloka’s laten zeer duidelijk zien dat een vrouw wel aanwezig mag zijn bij de rituelen. Elke bewering dat een vrouw dus niet aanwezig mag zijn en zelf eventueel de rituellen mag uitvoeren gaat in tegen wat geschriften zeggen. 

10.5 Upanayana 

De Upanayana ceremonie is een van de belangrijkste Samskara’s  in het leven van een Hindoe. Het is de 2de of spirituele geboorte. Het woor Upanayana betenkt; “in de buurt brengen van”. Dit is de Hindoe in de buurt brengen van zijn/haar spiritueel Leeraar. Tijdens de Upanayana samskara brengt de spirituele leeraar het heilig koord, de Yajnopvita aan en initieert de leerling in de heilige Gayatri- mantra. De ceremonie is ook een voorwaarde voor studie van de Veda’s

Op dit moment zegt men dat enkel Brahmin jongens de Upanayana- ceremonie mogen ondergaan. Men zegt ook dat meisjes ze niet mogen ondergaan. Dit betekent dat men nu zegt dat alle andere kasten buiten Brahmins en vrouwen de Veda’s niet zouden mogen betsuderen. Dit betekent ook dat een vrouw zogezegd geen priester zou kunnen worden.

Dit klopt niet. De hierboven omschreven situatie wordt niet ondersteunt door de geschriften. Wie de gschriften onderzoekt komt tot de conclusie dat de bovenvermelde omschrijving niet klopt. In de Manu Smitri staat dat een Brahmin de ceremanie ondergaat op zijn 5de jaar, een Kshatriya op zijn 6de en een Vaisya op z’n 8ste. Dit toont zeer duidelijk aan dat Upanayana niet enkel voor Brahmins was. 

Ook hetgene wat gezegd wordt over vrouwen, klopt niet. In alle 4 Veda’s wordt er melding gemaakt van vrouwelijk asceten die Vedische verzen reciterenen. Verder staan er in de Veda’s ook vrouwelijke namen zoals; Apala, Ghosha, Shaswati en Indrani. In de Upanishads, wordt melding gemaakt van Gargi en Maytraiye. 

De Rig- Veda 10.109.4 stelt; “When a Brahmin wife’s wear the auspicious thread, she becomse very popular

Ook andere heilige geschriften vermelden dat vrouwen weldegelijk de Upanyana samskara mogen ondergaan.

De Harit Smitri verklaart: “Brahmin woman have the right to a sacred thread ceremony, a fire ceremony, the study of the Veda’s and the right to sacred begging”. 

De Prasakar Grihya Sutra zegt; “Those females who have ondergone the thread ceremony ( Upananyana ) an those who have not should sleep on there left side with there head towards the east

Dit laat zeer duidelijk zien dat de Upanayana- ceremonie wel degelijk is toegstaan voor meisjes en vrouwen. Dit word bevestigd door Heilige geschriften zoals de Rig- Veda, de Harit Smitri en de Prasakar Grihya Sutra

Ook priester zijn in een tempel is niet verboden voor vrouwen. Er staat nergens in de Hindoegeschriften dat een vrouw geen priester mag zijn. Er zijn ondertussen al meer als 10 000 vrouwelijke priesters opgeleid.

Verder is het bekent dat er verzen vanuit de Veda’s zijn geopenbaart aan vrouwelijke Rishi’s, Rhiskikas genoemd. Vrouwen zijn binnen het Hindoeïsme niet enkel gelijkwaardig maar ook gelijk aan mannen. 


De Advaita Vedanta, wat de hoogste leer en de essentie is van het Hindoeïsme verklaard: “Brahman Satyam Jagat Mithiya Jeevo Brahmaiva Na Aparah” wat betekent: “Enkel Brahman is waarheid, dit universum is onecht, en de jeevo ( de ziel ) is gelijk aan Brahman.” Dit betekend dat er in wezen nog wereld, nog dit, nog dat is, maar dat er enkel SatChitAnanda Para Brahman is . Waar je ook kijkt is er enkel Para Brahman (God) . Er is niets anderns dan God. Het Hindoeïsme verklaart ook dat Para Brahman één zonder een tweede is. Hoe zou het dan kunnen dat een vrouw minderwaardig zou zijn? Hoe kun je dan vrouwen minderwaardig behandelen? Als God God aanschouwd kan het dan iets anders zien dan God. Wie dit weet zal een ziel die is geïncarneerd in een vrouwelijk lichaam nooit minderwaardig vinden en behandelen. Er is enkel Para Brahman waar je ook kijkt.

Denk je nu echt dat God onderscheid maakt tussen man en vrouw? Tuurlijk niet, Para Brahman heeft al zijn kinderen oneindig lief. Geslacht doet niets ter zake. Het lichaam is slechts een denkbeeldige verschijning. Elke Hindoe moet vrouwen op de meest respectvolle wijze benaderen en behandelen. Nee, niet enkel elke Hindoe maar ook alle gelovigen van alle andere Godsdiensten en levensbeschouwingen.



Belangrijke noot: bronvermelding is terug te vinden op het einde van hoofdstuk 12


Dit hoofdstuk werd oorspronkelijk op de blog geplaatst op 30/10/2012 maar later geplaatst op deze datum.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten